Huurcontract type A, B of C: welke soorten bestaan er nog in 2026?

In de verhuurpraktijk wordt vaak gesproken over contracttypen A, B en C. Die letters staan nergens in de wet, maar zijn ingeburgerd jargon. Zo verhouden ze zich tot de regels van 2026:

Type A — vast contract (onbepaalde tijd)

Geen einddatum; beëindiging kan alleen via opzegging op wettelijke gronden. Sinds de Wet vaste huurcontracten (1 juli 2024) is dit weer de norm: wie nu een woning verhuurt, sluit in beginsel een vast contract.

Type B — tijdelijk contract (maximaal twee jaar)

Een contract mét einddatum dat van rechtswege afloopt (na tijdige aanzegging). Generiek is dit type afgeschaft; het bestaat alleen nog voor bij regeling aangewezen groepen — waaronder studenten die vanuit een andere gemeente of het buitenland tijdelijk in Nederland studeren. Buiten die uitzonderingen wordt een “type B” juridisch gewoon een vast contract.

Type C — tussenhuur met diplomatenclausule

Voor wie de eigen woning tijdelijk verlaat (uitzending, sabbatical) en er daarna zelf weer gaat wonen. De diplomatenclausule borgt de terugkeer. Zie de praktische uitwerking in verhuren tijdens een sabbatical.

En studenten?

Naast het tijdelijke studentencontract (type B-uitzondering) bestaat het campuscontract: een vast contract met als extra opzeggingsgrond het einde van de studie — momenteel onderwerp van debat.

De volledige beslisboom, inclusief hospitaverhuur en Leegstandwet, staat in Welk huurcontract kies je?

Geschreven door

Redactie Verhuren.net

Onafhankelijke redactie